REVIEW: Van Morrison op de Lokerse Feesten #LF16

Iedereen die een beetje vertrouwd is met het oeuvre én het karakter van Van Morrison voelt aan dat een stadsplein met tienduizenden festivalgangers waarvan er veel hem enkel kennen van ‘Gloria’ en ‘Have I Told You Lately That I Love You?’ níét de ideale locatie vormt om al Vans muzikale pracht te savoueren. In theorie en op papier gedijt zijn muziek beter in een Bourla, een Roma of een AB. Dat Van the Man überhaupt in Lokeren aantrad, zegt veel over de al jaren hoge kwaliteit van de programmatie daar.

Het lijstje levende legenden die in Lokeren aantraden is ondertussen indrukwekkend (The Beach Boys mét Brian Wilson, Neil Young, Roxy Music, Morrissey, Robert Plant, Roger Daltrey, Ray Davies, Sex Pistols…) Wie van een stadsfestival nog meer verwacht, is rotverwend én ondankbaar. Zoals iemand volkomen terecht op de website van de Lokerse Feesten schreef: ‘We moeten ze koesteren, de nog levende iconen van de popmuziek, want onze kinderen en kleinkinderen zullen het met hun standbeeld moeten doen.’

Dat we gisteren een goeie maar geen grootse Van te horen kregen, had een paar oorzaken. Om te beginnen heb ik Van in België nog nooit een topconcert horen geven. In Engeland, Wales en Ierland steekt hij altijd een paar tandjes bij. Het is alsof hij ervan uitgaat dat ‘buitenlanders’ zijn ziel toch niet helemaal vatten, en het bijgevolg zinloos is dat die ziel zich uitslooft. Dat de felle avondzon het eerste uur pal in Vans ogen scheen, hielp evenmin. En dat de setlist, ook al was die onvoorspelbaar en origineel, veel briljante songs vergat, en een aantal songs bevatte (‘Enlightenment’, ‘Whenever God Shines His Light’) die nu eenmaal op een groot openluchtconcert een beetje de mist ingaan, maakte dat de zaak wat traag op gang kwam.

Wel uniek was dat Morrison, als enige, uit een honderdtal songs ter plekke die setlist samenstelt, letterlijk à la minute, terwijl hij regelmatig titels van songs naar z’n muzikanten roept die tot een seconde eerder duidelijk niet waren afgesproken. Zelfs Dylan houdt zich meestal aan de in steen gebeitelde setlist.

Het eerste uur was erg jazzy, behoorlijk en sfeervol maar niet van die aard om een openluchtfestival in vuur en vlam te zetten. Er waren veel solo’s (Morrison is een uitstekend en onderschat saxofonist en mondharmonicaspeler, maar zijn gitaarsolo’s zijn slechts iets minder kreupel dan die van Lou Reed dat waren). Er waren ook verwijzingen naar Miles Davis en Chet Baker en namechecks voor Morrisons muzikale helden (Johnnie Ray! Sam Cooke! Jimmy Rogers! Sonny Terry! Brownie McGhee! Muddy Waters! Jerry Lee Lewis! Little Richard!). En het publiek werd wel degelijk geraakt door wat Van zong, schuin voor me zag ik zelfs een volwassen blonde vrouw huilen tijdens ‘Someone Like You’.

De hele set leek één lange medley, waarbij Van amper twee keer een paar seconden pauzeerde om bliksemsnel ‘Thankyouthankyou’ te mompelen. Wie hoopte op anekdotische bindteksten en de stand-upper Van the Man, bleef op z’n honger. En dat is het ‘m nu net: in tegenstelling tot wat veel mensen denken, is Van soms een spraakwaterval en heeft hij wel degelijk gevoel voor humor. Alleen lijkt hij die troeven enkel boven te halen in z’n eigen vertrouwde biotoop, voor een publiek van intimi en verwante geesten. Dat die hier ook wonen, lijkt niet in hem op te komen. Al geef ik toe dat het zelfs voor iemand die perfect Engels begrijpt moeite kost om Morrisons Belfast dialect te vatten.

En Morrison blijft grillig en onvoorspelbaar, zelfs voor zijn muzikanten. Ik hoorde hem naar hen roepen ‘We must pick up the tempo!’, en vervolgens zette hij een trage ballad in: ‘Have I Told You Lately’.

De manier waarop Morrison het laatste kwartier ‘Jackie Wilson Said’, ‘Brown Eyed Girl’ en ‘Gloria’ afhaspelde, had iets pro forma. Ik heb hem van die songs al veel langere, intensere, fellere versies horen doen, waarbij hij bijna in trance ging.

Hoogtepunten: een spetterend ‘Baby Please Don’t Go’, een mooi ‘Here Comes the Night’, ‘Domino’ en een onverwacht maar in dank aanvaard ‘Did Ye Get Healed?’

De Van in Lokeren was een doorwinterde professional die zich van alle trucs en vakkennis bediende van iemand die al een halve eeuw meedraait en zich in alle genres heeft bekwaamd: scatten, call & response, improvisatie, dynamiek… Dat heet metier. Maar hij deed het spaarzaam en liet zich nooit écht gaan. De échte Van the Man, die je kan horen op de briljante liveplaten ‘A Night in San Fransisco’ en ‘It’s Too Late to Stop Now’, en die ik hoorde in Dublin, Belfast, Hay-on-Wye, Utrecht en Oxford, verlíést zich echt in de muziek. En dat gebeurde hier niet.

I’m a working man in my prime’, zong Van in ‘Cleaning Windows’. Dat was hij hier maar nipt. Want de Van die, ook op z’n 70ste, écht fun heeft en erin vliegt, kregen we in Lokeren helaas niet te zien. Bovendien was dit niet zijn beste begeleidingsgroep – degelijk, maar zelden meer dan dat. Halfweg ‘Gloria’ verdween Morrison in de coulissen en maakte hij van daaruit het gebaar van een keel die wordt overgesneden, niet mis te verstane code voor ‘rond het hier af, en snel ook’. Dat zijn muzikanten dat niet meteen begrepen en nog twee minuten verder jamden, hielp niet. Jammer.

EXPLORE